nl en
O41 A0914

Eneco Luchterduinen

Platte oesters in windpark Eneco Luchterduinen

Op de bodem van windpark Eneco Luchterduinen plaatsten Natuur & Milieu en Stichting De Noordzee in november 2018 oesterkooien met jonge en volwassen platte oesters. Ook zijn er twee rifballen neergezet. Deze beschermen de kooien en bieden een plek waar oesters en andere zeedieren zich kunnen vestigen en schuilen.

Lees meer

Wat doen we?

Als de omstandigheden in de Noordzee gunstig zijn, kunnen oesters goed gedijen in windparken. Het project heeft als doel om de succesfactoren te achterhalen van natuurontwikkeling. In de monitoringsmissies gaan wij na of de jonge oesters die in 2018 zijn uitgezet nakomelingen (larven) produceren. Mogelijk worden ook nog nieuwe structuren of rifbouwende soorten geplaatst.

De locatie

De eerste onderzoekslocatie voorafgaand aan De Rijke Noordzee was in het offshore windpark Eneco Luchterduinen, 23 kilometer uit de kust bij Noordwijk aan Zee. Het windmolenpark op zee is sinds 2015 in gebruik. De 43 windturbines wekken groene stroom op dat gelijk staat aan het jaarlijkse verbruik van 150.000 huishoudens.

Ontwikkeling oesterbanken: eerste resultaten kansrijk

Uit de eerste onderzoeksresultaten, in juli 2019, bleek dat natuurontwikkeling binnen windmolenparken kansrijk is. De oesters waren gegroeid en hadden zich voortgeplant. Ook bleek dat het ontwerp van de gebruikte kunstriffen niet geschikt was voor de bodemcondities in dit windpark. Bij het ophalen van de oesterkooien was een deel in de bodem weggezakt, waardoor sommige oesters onder zand bedolven waren. In de kooien waar dit niet het geval was, lag het overlevingspercentage boven de 80 procent. Een prachtig resultaat: het laat zien dat wanneer de omstandigheden goed zijn, oesters kunnen gedijen in een offshore windpark op de Noordzee. Zelfs op dieptes groter dan 20 meter. Op de onderwateropnames tijdens de monitoring zagen we volop leven rondom de kooien. We troffen soorten aan als krabben, mosselen, anemonen, zeesterren, steenbolken en pijlinktvissen. Dit geeft aan dat het plaatsen van de riffen ook potentie heeft voor het aantrekken van andere soorten.

De eerste oesters onderzoeken

Leefomstandigheden verbeteren kokerwormen

Voor de komende jaren ligt de focus op het verbeteren van vestigingsomstandigheden van twee rifbouwers: Lanice en Sabellaria (kokerwormen). We onderzoeken of de aanwezigheid van natuurlijk substraat (grind en schelpen) op de bodem invloed heeft op de rifvorming van de kokerwormen.

Na 2021 willen we oesterkooien met een aangepast design met nieuwe oesters plaatsen in de buurt van kokerwormriffen. Onderzoek richt zicht vervolgens op de groei, overleving en voortplanting van deze oesters en of larven bij de vestiging baat hebben bij de aanwezigheid van kokerwormriffen.

Nieuwsberichten