"Deze uitplaatsing laat zien dat offshore infrastructuur ook een impuls kan geven aan natuurherstel. Samen met onze partners creëren we nieuwe kansen voor oesters en andere soorten, en bouwen we aan een Noordzee waarin duurzame energie en een rijk onderwaterleven elkaar versterken."
Netbeheerder TenneT bouwt zogenaamde ‘stopcontacten op zee’. Via kabels op zee brengen ze opgewekte energie naar de kust. Op deze manier verbinden ze windparken met het landelijke hoogspanningsnet. Waar elektriciteitskabels bestaande infrastructuur kruisen, zijn stortstenen nodig om de kabels te beschermen. Stortstenen worden ook in grote hoeveelheden gebruikt bij de aanleg en het onderhoud van windparken. In dit experiment wordt onderzocht of het lukt om deze stortstenen te laten begroeien met oesters, en of het uitzetten van de ‘oesterstenen’ op die manier te combineren is met bestaand werk aan maritieme infrastructuur. Negen natuurorganisaties, kennisinstellingen en bedrijven die in of aan de Noordzee werken, hebben daarvoor de handen ineengeslagen. Hun inspanningen hebben alles te maken met de achteruitgang van de biodiversiteit in de Noordzee.
Riffen in de Noordzee
Europese platte oesters zijn sleutelsoorten voor biodiversiteit in de Noordzee. Ze groeien via voortplanting aan elkaar en vormen op die manier riffen. Zo bieden ze leefgebied aan veel verschillende dier- en wiersoorten. Bovendien filteren oesters het water en geven ze voedingsstoffen af. Zo zorgen ze ook voor een groot voedselaanbod. Deze platte oesterriffen waren ooit wijdverspreid in de Noordzee, maar zijn door overbevissing, vervuiling en ziektes grotendeels verdwenen. Het terugbrengen van grote hoeveelheden inheemse oesters kan een impuls geven aan de ontwikkeling van nieuwe riffen. De hoop is dat de geteste methode daar een bijdrage aan kan leveren.
Zeecontainers als mobiele kweekstations
Om op grote schaal oesters te kunnen laten groeien op stortstenen, bouwde het consortium zeecontainers om tot mobiele kweekstations. Ze experimenteerden met de innovatieve kweekmethode ‘remote setting’. Daarbij worden oesterlarven vanuit een broedhuis overgebracht naar een plek dichtbij zee. In de zeecontainers met zeewater en stortstenen hechtten miljoenen larven zich binnen enkele dagen aan de stenen en groeiden in enkele maanden tot enkele millimeters groot. Gisteren gingen de containers aan boord van een werkschip en werden de ‘oesterstenen’ uitgezet.
“TenneT realiseert de komende jaren veel nieuwe aansluitingen voor windparken op zee. Het is belangrijk om met de realisatie van infrastructuur op de Noordzee tegelijkertijd kansen te benutten voor het behoud en herstel van de ecologie. Dit experiment met plaatsing van platte oesters op bestaande en straks mogelijk bij nieuwe kabelkruisingen biedt waardevolle inzichten in hoe dergelijke maatregelen op grotere schaal kunnen bijdragen aan natuurherstel van de Noordzee.”
Eerste test op open zee
De uitzetactie van gisteren betekent het startschot voor de eerste proef van deze methode op open zee. Vorig jaar werd deze methode voor het eerst getest dicht bij de kust, in de Haven van Rotterdam. Onderzoek naar de overleving en groei van de jonge oesters in de haven, leidde tot nieuwe inzichten en verbeteringen voor de proef van dit jaar. Zo is de temperatuur en het voedselaanbod in de mobiele kweekstations constanter gehouden, wat zorgde voor de vestiging van aanzienlijk meer oestertjes per steen. Tijdens de uitzetactie van dit jaar wordt de overleving van de oesters na iedere stap – transport over land, over zee en uitplaatsing op de stortstenen – nauwkeurig onderzocht, om zo tot verbetering van het uitzetproces te komen. Komend jaar zal monitoring uitwijzen of de jonge oesters op open zee overleven en groeien.

